Gebieden wij God in onze gebeden? – de imperatief in gebedstaal

Deze week citeerde ik psalm 143 als een aanwijzing voor de juiste intentie in het gebed. Het verzoek bijvoorbeeld of de Here dat gebed wil horen: “Luister naar mijn gebed, neem mijn smeekbeden ter ore.” Het aanroepen van Gods trouw als de basis voor dat horen: “verhoor mij naar Uw trouw.” De vermelding van Gods daden in het verleden: “Ik denk aan de dagen van ouds, ik over denk al uw daden.” En dan ook nog het fraaie verzoek in vers 10: “leer mij uw welbehagen te doen, want U bent mijn God.” En tenslotte het belang van de Naam, in het 11e vers: “Here, maak mij levend, omwille van Uw Naam.”

De kleine gemeenschap waar ik toe behoor, kent ook de gedachte – die eigenlijk hoort bij een heel ander type van gemeente en theologie, die ik altijd met de term Charismania omschrijf – dat wij, wanneer wij bidden, een beroep doen op Gods beloften. De vorm van ons gebed zou eigenlijk niet moeten zijn “Here, als u wilt… geef ons dan.” Het zou zoiets moeten zijn als: omdat u het wilt (en ik het al weet) zeg ik u wat ik van u verwacht, of nog sterker, zeg ik u wat u hier doen moet. Al dan niet gepaard met formules als “in de autoriteit van Jezus bid ik.” In charismatische kringen gaan dan vaste termen rondzoemen zoals “uitstappen”, en “in het gezag gaan staan.”

Nu even afgezien van het feit, dat de Here Jezus als volgt gebeden heeft: “Vader, als U het wilt, neem deze drinkbeker van Mij weg; moge evenwel niet mijn wil maar de uwe gebeuren” (Lukas 22:42). Nog even afgezien van dat andere feit, dat de melaatse in Lucas 5:12 als volgt bidt: “Heer, als U wilt, kunt U mij reinigen.” Aanwijzingen dus van een goede vorm van het gebed. Is het denkbaar, moeten we dan vragen, dat we tot God spreken in de gebiedende wijs? Dat we in de autoriteit van God spreken tot God?

We hadden daar even een klein gesprek over, bij de bidstond van afgelopen woensdag. En toen zei iemand, maar kijk nu eens naar psalm 143. Wat lezen we daar? Verhoor mij, ga niet in het gericht, verhoor mij spoedig, verberg uw aangezicht niet, doe mij, maak mij bekend, red mij, leer mij, maak mij levend, verdelg mijn vijanden. Is dat niet alles in de gebiedende wijs? Hoe staat dat dan in het Hebreeuws?

Dat laatste is een belangrijke vraag. De Hebreeuwse tekst en de Hebreeuwse taal zijn beslissend. Niet de Nederlandse grammatica van de vertalingen. Dus wat staat er dan in het Hebreeuws?

hoor – imperatief
antwoord (verhoor) – imperatief
ga niet in het gericht – jussief met negatie
haast u – imperatief
doe mij horen – imperatief
maak mij bekend – imperatief
red mij – imperatief
leer mij – imperatief
maak mij levend – jussief

In de psalm staat dus een overweldigende hoeveelheid vormen in de gebiedende wijs. Zou dat dan betekenen dat de psalmist “in de autoriteit van God” gaat staan? Maar hij spreekt hier God zelf aan! Laat God het dan toe, dat wij mogen staan op Zijn beloften, en dan God mogen gebieden?

In plaats van hoor! zou je in een gebed toch eerder verwachten: wilt u mij horen? En in plaats van “maak mij bekend!” zou je verwachten: “wilt u mij bekend maken.” Wat is nu toch de reden dat we met enkele uitzonderingen een imperatief zien staan?

Het zit hem in de grammatica. De imperatief in het Hebreeuws stelt een handeling voor als iets wat nog gedaan moet worden. Het komt alleen maar voor in een positieve vorm in de tweede persoon – enkelvoud of meervoud. (Met een negatie – doe niet! – wordt de jussief gebruikt met de negatie ‘AL) Vandaar dat wij doorgaans kunnen vertalen met een gebiedende wijs in het Nederlands. Jij moet horen, is hetzelfde als hoor!

Maar de imperatief in het Hebreeuws stelt een handeling ook voor als gewenst of als iets waarnaar verlangd wordt. En dat maakt de imperatief geschikt om te worden gebruikt in gebeden. Een handeling wordt voorgesteld als gewenst, wanneer wij in het Nederlands zeggen: moge het zo zijn dat u hoort; als u wilt, hoor; of, hoor toch! Maar in het Hebreeuws is het voldoende om de imperatief te gebruiken, omdat we aan de context kunnen zien dat de Heere wordt aangesproken, en we dus te maken hebben met een gebed, een verzoek of de uiting van een verlangen.

Daarom is de lijst van gebeden in psalm 143 geen reeks van opdrachten. Het zijn uitingen van verlangen en verzoeken om verhoring, op de wijze waarop in het Hebreeuws nu eenmaal gesproken wordt.

De letterlijke vertalingen die de Statenvertaling geeft, zouden aanleiding kunnen zijn van enorme misverstanden. Maar eigenlijk is dat niet echt het geval, omdat alle vertalingen de gebiedende wijs gebruiken, of het nu in het Engels, Duits of Nederlands is. En niemand denkt dat God hier een opdracht krijgt. Ook in het Nederlands is het dus zo, dat we de gebiedende wijs hebben leren gebruiken als de uiting van een verlangen, wens of gebed.

Uiteindelijk beslist de context.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s

Deze site gebruikt Akismet om spam te bestrijden. Ontdek hoe de data van je reactie verwerkt wordt.