Exodus 12:2-6 – met Rasjie en de discussie met Nachmanides

Discussie

Exodus 12:2

Wat betekent de uitdrukking “deze maand zal voor u het begin van de maanden zijn?” Terwijl Nissan niet de maand is van rosj hasjana (nieuwjaar). 

Dit is het eerste gebod dat de Here God oplegt aan Israël door middel van Mozes. Dat wordt benadrukt doordat de tekst zegt dat het gebod wordt gegeven in het land Egypte. Dus niet op de berg Sinai.

“In het land Egypte” betekent ook dat het buiten de stad gebeurd is.

Het is opmerkelijk dat vers 2 blijkbaar alleen tegen Mozes en Aaron in het land Egypte gezegd is. Pas in vers 3 staat er: “spreek tot heel de gemeenschap van Israël.” Had er niet moeten staan: “de Here zei tegen Mozes en tegen Aaron in het land Egypte, spreek tot heel de gemeenschap van Israël: “deze maand et cetera.””

Het antwoord van Nachmanides: Mozes en Aaron staan hier in de positie van Israël. Wanneer de Here het tot hen zegt is dat het zelfde als dat Hij het zegt tot Israël in alle generaties. De uitdrukking in vers 3, spreek tot de gemeenschap et cetera heeft een bijzonder doel, namelijk een gebod gegeven dat niet voor alle tijden van kracht is, namelijk het kopen van het paaslam in Egypte op de 10e dag van de maand Nisan. Dat is immers alleen maar een gebod voor dat historische moment. In latere generaties mag het paaslam worden gekocht op elk geschikt moment, en het hoeft zeker niet in Egypte te worden aangeschaft.

Mozes en Aaron in vers 1 staan dus voor het hele volk, en het gebod van vers 3 is beperkt tot deze bijzondere dag.

Onze tekst zegt: deze maand zal voor u de eerste maand zijn. Wat is de implicatie van de uitdrukking “voor u”? Dit betekent dat de heiliging van de nieuwe maan alleen maar kan worden uitgevoerd door een commissie van experts, zoals Mozes en Aaron waren. Dat is de tweede reden dat er bij de verwijzing naar de eerste maand niet gezegd wordt, “spreek tot de gemeenschap van Israël et cetera.”

Waarom moet deze maand de eerste van de maanden zijn? Zodat bij het noemen van alle maanden, als tweede derde vierde et cetera, het wonder van de uittocht steeds voor de aandacht geplaatst wordt. (Want de derde maand is de derde steeds omdat de eerste de maand van de uittocht was.) In de Thora hebben de maanden nog geen individuele namen, maar worden ze geteld. (De namen van de maanden die nu gebruikt worden, stammen uit de Babylonische tijd.)

Deze ordening bij het tellen van de maanden heeft niets te maken met het nieuwe jaar, wat valt in de zevende maand. Vandaar dat er staat “voor jullie”, het wordt de eerste maand genoemd vanwege de gedachtenis aan de verlossing. Waarom worden dan nu de Babylonische namen voor de maanden gebruikt? Dat heeft tot doel om ons nu ook te herinneren dat we uit de ballingschap in Babel verlost zijn en dat we daar in onze ballingschap verbleven hebben. (Alleen in Esther worden deze namen gebruikt, die van oorspronkelijk Perzische herkomst zijn.).

Exodus 12:6

Wat betekent de uitdrukking “bein ha-arbajim,”  tussen de avondschemering(en)? 

Dan de uitdrukking in het zesde vers tussen de avonden, (bein ha-arbajim) dat wil zeggen met de avondschemering. Nachmanides citeert eerst Rasjie.

“Deze uitdrukking wordt gebruikt voor het zesde uur, gerekend vanaf het begin van de dag. In de thora wordt een dag altijd in 12 uren ingedeeld. Vanwaar deze uitdrukking? Omdat de zon hier onderweg is om te worden verduisterd, dat wil zeggen onder te gaan. De uitdrukking geeft de uren aan tussen dat begin van het donker worden van de dag en het uiteindelijke verduisteren aan het begin van de nacht. Dus het begin van het zevende uur, vanaf de tijd dat de schaduwen van de avond uitgestrekt zijn – Jeremia 6:4. Het Hebreeuwse woord erev voor nacht, is een uitdrukking van somberheid en duisternis, zoals in Jesaja 24:11. Alle vreugde wordt verduisterd –‘ arvah.

Volgens Rabbi Abraham ibn Ezra is deze interpretatie niet correct. Er staat immers geschreven in Jesaja 30:8, “en toen Aaron de lampen aanstak in de avondschemering” (bein ha’arbajim). Dat moet echter zonsondergang aanduiden. Zoals blijkt uit Jesaja 27:21. Daar vinden we immers dat Aaron en zijn zoons de lampen moeten aansteken, in een dienst die de tijd tussen de avond tot aan de ochtend beslaat. De uitdrukking bein ha-arbajim slaat dus niet op het zevende uur van de dag, maar op zonsondergang.

Hij brengt nog een tweede argument. In Deuteronomium 16:6 lezen we, “…daar moet u het paaslam slachten, in de avond, als de zon ondergaat, op het tijdstip dat u uit Egypte trok.” Natuurlijk betekent “als de zon ondergaat” precies wat wij bedoelen met zonsondergang. Maar dat is niet het begin van het zevende uur. Rasjie lijkt dus ongelijk te hebben.

Nachmanides zegt dat dit helemaal geen weerlegging is van de uitleg van Rasjie. In Berachot 9a vinden we al de betekenis van het vers uit Deuteronomium.

  • In de avond – moet je het lam slachten
  • als de zon ondergaat – moet je het eten
  • op het tijdstip dat u uit Egypte trok (in de ochtend) – moet je het restant verbranden.

Zo heeft Rasjie het ook al uitgelegd in zijn commentaar op Deuteronomium 16:6.

Nachmanides geeft dan zijn opinie.

Het is duidelijk dat ‘erev soms de nacht aanduidt, maar doorgaans de avond. (En dus gedeeltelijk een synoniem is van lailah.) Het duidt het begin van de nacht aan, wanneer de sterren zichtbaar worden. In Genesis 1:5 bijvoorbeeld waar het zegt dat was avond geweest en morgen geweest et cetera.

Wanneer de engelen naar Sodom komen ba ‘erev zit Lot daar al. Dat moet het het einde van de dag aanduiden, dus de avondschemering. Lot heeft daar immers niet de hele nacht gezeten.

Wanneer de middag, dat wil zeggen het vijfde en zesde uur van de dag, teneinde gaat, en de zon niet langer aan twee kanten van een gebouw schijnen kan, dan hebben we de tijd van de dag die arbajim heet. De middag wordt genoemd tsohoraim, een meervoud (een dualis), omdat het die twee uren omvat, of omdat de zon niet in het oosten of in het Westen is geconcentreerd, maar aan alle kanten licht geeft. De avondschemering is dus het begin van het zevende uur waarin de zon onderweg is naar de plaats waar hij ondergaat. Ongeveer een uur en een kwartier voordat de sterren uitkomen, spreken we niet meer van avondschemering of arbajim, maar dan spreken we over ‘erev jom, de avond van de dag. (Terwijl lailah dan de hele periode van de ondergang van de zon aanduidt tot aan de opkomst van de zon.)

Waarom staat er nu echter bein ha-arbajim? Van waar nu de term “tussen”? Het heeft hier de betekenis “te midden van”. (Bewijsplaatsen te over.) Er staat niet ba ‘arbajim, in de avondschemeringen, want dat zou de avond van verschillende dagen kunnen aangeven. De thora zegt ons dus dat wij het paaslam moeten offeren in het midden van de avondschemering, dat wil zeggen van na het zesde uur van de dag tot de werkelijke ondergang van de zon.